hertjes, foto Thinkstock

Nieuws

Wildbeheer op de Veluwe nodig voor bosbehoud

Gepubliceerd op
3 oktober 2020

Op de Veluwe staat de kwaliteit van bijzondere bostypen als oude eikenbossen en beuken-eikenbossen met hulst onder druk. Hoge begrazingsdruk door hoefdieren heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van het bos. Wildbeheer is daarom nodig.

Beuken-eikenbossen met hulst (H9120) en oude eikenbossen (H9190) zijn de belangrijkste Natura 2000-boshabitattypen op de Veluwe. Maar de kwaliteit van deze bostypen staat onder druk. Het natuurbeleid van de provincie Gelderland is gericht op versterking van de kwalteit van deze bostypen. Omdat intensieve begrazing door hoefdieren effect heeft op het bos, wil de provincie meer inzicht in de relatie tussen de populatiegroottes van hoefdieren en de kwaliteit van deze bossen.

Onderzoekers van Wageningen Environmental Research hebben daarom geïnventariseerd wat het effect is van die wilddruk. Wat zijn maximale aantallen van verschillende hoefdiersoorten waarbij bosverjonging mogelijk blijft? En welk wildbeheer is gewenst om Natura 2000-doelen in stand te houden?

Wilddichtheden

In het onderzoeksrapport ligt de nadruk op het effect van drie soorten: edelhert, ree en wild zwijn. Bekend is dat bij toenemende dichtheid van hoefdieren als eerste de smakelijkste soorten verdwijnen, zoals wilde lijsterbes en vuilboom. Daarna zullen ook minder smakelijke soorten onder druk komen te staan. Een toenemende graasdruk zorgt voor een afname van diversiteit aan boom- en struiksoorten, het verdwijnen van de struiklaag en uiteindelijk de dominantie van naaldboomsoorten in de verjonging. Voor versterking van de kwalteit van de bostypen is juist verjonging van loofbomen nodig.

Over de relatie tussen hoefdierdichtheden en kwaliteitssoorten is in de literatuur weinig informatie beschikbaar, zo meldt het rapport. Bekend is dat een hoge dichtheid van wild zwijnen leidt tot flinke bodemverstoring. Dit kan ten koste kan gaan van plantensoorten als hengel, bodemmossen en mycorrhizavormende paddenstoelen. Ook de hazelworm kan te lijden hebben van predatie door wild zwijn.

Wildbeheer

Wildbeheer is dus nodig. Zou je de hoefdieren niet beheren, dan worden de dichtheden nog veel hoger wat negatieve effecten zal hebben op de Natura 2000-boshabitats. Ook het afweren en afleiden van hoefdieren heeft onvoldoende effect op de wildstand om negatieve effecten te voorkomen, aldus het rapport . Een optie is terreinen uitrasteren om bomen te beschermen tegen graasdruk, maar dat een dure maatregel. Bovendien beperk je zo het areaal dat voor de hoefdieren beschikbaar is.

Hoe je het wildbeheer wel aan kunt pakken, wordt in het rapport uitgewerkt aan de hand van een aantal scenario’s. Een voor de hand liggend scenario is een generieke verlaging van de aantallen hoefdieren op de Veluwe. Met name voor edelhert moeten de populatiegroottes dan flink lager worden. Lager dan wat nodig is voor het stand houden van een minimale levensvatbare populatie op de lange termijn.

Ecologische effecten

Een tweede mogelijk scenario betreft maatwerk waarbij wilddichtheden lokaal variëren. Je zou in de bossen met beuken eiken en hulst - die gevoelig zijn voor hoge wilddruk - lokaal de wildstand kunnen verlagen met hulp van schrikjacht. Een aanbeveling is om geen rustgebieden te creëren in de omgeving van een waardevol bostype. En je kunt het terreingebruik sturen door lokale recreatie en jacht toe te staan.

Je kan faunabeheer ook meer richten op ecologische effecten. Dan moeten de wildbeheerders zich meer baseren op gedetailleerde informatie omtrent het terreingebruik en gedrag van de hoefdieren. De onderzoekers vinden dat de faunabeheerders zich niet alleen moeten baseren op aantalschattingen, maar ook op de ecologische effecten. Daarbij is een evaluatie op basis van monitoring van ecologische effecten cruciaal.

(Bron foto: Thinkstock)