Sla verzamelen, bron: CGN

Nieuws

Wilde sla verzameld in Trans-Kaukasus

Gepubliceerd op
17 september 2013

Chris Kik van het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) is terug van een succesvolle verzamel expeditie wilde sla in Armenië en Azerbaijan.

Het CGN heeft één van de grootste slacollecties in de wereld met ruim 2300 accessies. Deze collectie wordt veel gebruikt in onderzoek en veredeling. In een recente analyse werd vastgesteld dat er leemten in niet alleen de CGN collectie maar ook in andere collecties zijn.  Met name wilde slasoorten zijn ondervertegenwoordigd in collecties, terwijl juist in het wilde materiaal eigenschappen zitten waar veredelaars naar op zoek zijn.

Waarom sla?

Sla (Lactuca sativa) wordt wereldwijd veel geteeld (jaarlijks 23 miljoen ton). Het aantal geteelde rassen is groot (op de Europese rassenlijst staan 2150 rassen geregistreerd) en de periode waarin een ras geteeld wordt is in de laatste decennia enorm afgenomen. Het Nederlandse veredelingsbedrijfsleven is zeer actief in het ontwikkelen van nieuwe rassen, o.a. doordat resistenties snel doorbroken worden, zoals bijv. tegen de schimmel Bremia lactucae. Veredelaars zijn dus op zoek naar nieuwe resistentiebronnen die in wilde soorten kunnen zitten, vooral die uit de ‘primary genepool’: soorten die kruisbaar zijn met L. sativa. Maar ook soorten die verder weg staan van de gecultiveerde sla zijn interessant voor de veredelaars. Zes van deze wilde soorten komen voor in Armenië en/of Azerbaijan, vandaar dat voor deze verzamelmissie voor deze landen gekozen zijn.

Juiste voorbereiding essentieel

Om wilde soorten sla te verzamelen is er een samenwerking tot stand gekomen tussen het CGN en een aantal Nederlandse veredelingsbedrijven waarbij de kosten voor de expeditie en de inspanningen om het materiaal te vermeerderen gedeeld worden.  Door eerdere verzamelexpedities van het CGN (o.a. van wilde spinazie,  prei en asperge) is bij het CGN veel kennis opgebouwd om verzamelexpedities efficiënt uit te voeren. Zo is er vorig jaar een pre-expeditie uitgevoerd door partners in de beide landen, die kennis van het gewas hebben. Er wordt geen zaad verzameld, maar tijdens de bloei wordt vastgesteld waar planten van welke soorten voorkomen. Daarnaast is er veel administratief werk nodig: het CGN en de autoriteiten in de desbetreffende landen moeten eerst een contract ondertekenen om het zaad in Nederland te krijgen en om het zaad in de CGN collectie op te nemen.

Wat is er verzameld?

Gedurende vijf weken heeft Chris Kik met zijn partners in een stoffige oude Lada door de Trans-Kaukasus gecrossed op zoek naar sla planten met rijp zaad. Dit valt niet altijd mee, want planten waarvan het zaad rijp is kunnen al aardig verdroogd zijn. Ook komen de verschillende soorten in verschillende habitats voor. Zodra een populatie gelokaliseerd is, wordt met een GPS de coördinaten vastgesteld, een omschrijving gemaakt van het gebied en type grond, de grootte van de populatie en natuurlijk de soortsnaam. Zaad van zoveel mogelijk planten wordt in linnen zakken gedaan, wat later goed gedroogd wordt.  Op deze manier zijn er 128 monsters van acht soorten verzameld.


(Bron foto: CGN)