Nieuws

Methaan en ammoniak in een integrale aanpak

Gepubliceerd op
29 april 2021

Integraal aanpakken werkt aan praktijkgerichte oplossingen die de methaan- én ammoniakemissies terugdringen. Maatregelen die aansluiten op de bedrijfsvoering en die geen negatief effect hebben op rentabiliteit, dierenwelzijn of biodiversiteit. Maar hoe ontstaan ammoniak en methaan en wat zijn de verschillen?

Broeikasgas methaan

Methaan is een broeikasgas. Er zijn verschillende soorten broeikasgassen, waaronder koolstofdioxide (CO₂), methaan (CH4), lachgas (N2O) en waterdamp (H2O/water in gasfase). Het ene broeikasgas is sterker dan het andere. Methaan is een sterk broeikasgas: een kilo methaan heeft net zo veel effect op de opwarming van de aarde als 25 kilo koolstofdioxide (CO₂). Tweederde van de methaanemissie in Nederland komt uit de veehouderij. Binnen de veehouderij is 77% van de uitstoot van methaan afkomstig uit de melkvee- en rundveehouderij, 14% uit de mestopslagen van de varkenshouderij en de rest uit de overige diercategorieën (9%). 

Ammoniak

Niet alleen de emissie van methaan, maar ook de emissie van ammoniak is van belang als het gaat om een duurzame veehouderij in Nederland. Ammoniak is geen broeikasgas. Ammoniak (NH3) is een verbinding tussen stikstof (N2) en waterstof (H2). Het is een kleurloos gas dat sterk ruikt. In de veehouderij ontstaat ammoniak wanneer een dier eiwitten heeft gegeten en mest en urine zich mengen in de stal en bij het aanwenden van (kunst)mest op het land.

Ammoniak versus methaan

Beide gassen hebben dus een andere chemische samenstelling, ontstaan op een andere manier en het effect is ook verschillend. We hebben de verschillen voor je op een rijtje gezet.

Methaan en ammoniak.png

Integraal aanpakken

Een duurzame en klimaatverantwoorde veehouderij draait om onder andere minder methaan en minder ammoniak. We kiezen voor een integrale aanpak. We zoeken naar oplossingen die methaan verminderen, maar tegelijkertijd ook bijvoorbeeld ammoniak verminderen. En andersom. De oplossingen mogen ook geen negatief effect hebben op onder meer de uitstoot van andere broeikasgassen dan methaan, dierenwelzijn, diergezondheid en het verdienmodel van veehouders. Kortom, een integrale aanpak.