Nieuws

Boeren negatiever over kringlooplandbouw

Gepubliceerd op
5 november 2020

Agrarisch ondernemers zijn sinds vorige jaar wat negatiever geworden over kringlooplandbouw als het gaat om economische levensvatbaarheid en praktische realiseerbaarheid, blijkt uit een onderzoek van Motivaction. Veranderende regelgeving wordt als een belangrijk knelpunt genoemd.

Het Nederlandse kabinet zet voor de landbouw in op een omschakeling naar kringlooplandbouw. In september 2018 presenteerde minister Schouten de LNV-visie ‘Waardevol en verbonden’. In plaats van efficiënte productie en kostprijsverlaging zouden agrarisch ondernemers in moeten zetten op verlaging van het verbruik van grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. Maar voor die omslag moet je de agrarisch ondernemers wel meekrijgen. In hoeverre zien zie kringlooplandbouw zitten? Zien ze perspectief voor hun bedrijf?

Herhaalonderzoek

In het voorjaar van 2019 heeft Motivaction in opdracht van LNV een nulmeting gedaan naar de beleving van deze transitie bij boeren. Sinds die nulmeting is er veel gebeurd. Denk aan de stikstof- en de coronacrisis. Daarnaast is de beweging richting kringlooplandbouw in gang gezet.

De vraag is wat de invloed van die ontwikkelingen is in de beleving bij de agrarisch ondernemers. Hoe staan ze nu tegenover kringlooplandbouw. Wat hebben ze nodig? Van wie verwachten ze een bijdrage? Zien ze dat er een ontwikkeling plaatsvindt? En zijn er verschillen tussen sectoren? In 2020 is daarvoor een herhaalonderzoek uitgevoerd onder 1620 eigenaren van bedrijven en aanvullend zijn 18 telefonisch interviews uitgevoerd.

Regeldruk

Uit de verslaggeving van dat onderzoek blijkt dat het merendeel van de agrarische ondernemers, acht op de tien, de Nederlandse voedselproductie toekomstbestendig vinden. Dat is iets meer dan in 2019. Ook hun eigen manier van produceren vinden ze toekomstbestendig omdat ze al veel elementen van kringlooplandbouw toepassen, of omdat ze economisch toekomstbestendig zijn. Negen op de tien ondernemers zegt bekend te zijn met kringlooplandbouw, en ruim een derde zegt hier goed bekend mee te zijn. Het terugdringen van emissies en bijdragen aan het sluiten van kringlopen wordt het vaakst genoemd als kenmerk.

Hoewel het begrip beter bekend lijkt, zijn de respondenten wel negatiever geworden op aspecten als de economische levensvatbaarheid (20% tegenover 29% in 2019), praktische realiseerbaarheid (29% tegenover 36%) en betere exportkansen (10% tegenover 15%). Vier op de tien boeren zeggen dat ze de afgelopen maanden negatiever zijn geworden over een verdere omslag naar kringlooplandbouw.

Als belangrijkste knelpunt wordt door driekwart van de ondervraagden de steeds veranderende regelgeving genoemd. Ze willen minder regeldruk, meer vrijheid om doelen te realiseren en meer duidelijkheid van het ministerie.

Sectoren

Er zijn verschillen tussen sectoren. Akkerbouwers en melkveehouders zijn het meest negatief, terwijl geiten- en schapenhouders en glastuinbouwers positief zijn over de omslag naar kringlooplandbouw. Akkerbouwers zien deze omslag minder vaak als economisch levensvatbaar of praktisch realiseerbaar. Varkenshouders en pluimveehouders vrezen een slechtere concurrentiepositie op de wereldmarkt. Geiten- en schapenhouders daarentegen zien de huidige manier van voedsel produceren vaker als niet-toekomstbestendig. Zij vinden kringlooplandbouw vaker economisch levensvatbaar en praktisch realiseerbaar.

Rundvleesveehouders en vollegrondstuinbouwers zijn ook iets positiever dan gemiddeld. Ook oudere ondernemers zijn positiever over kringlooplandbouw, terwijl jongeren wat kritischer zijn. Zij hebben meer oog voor de financiële aspecten van kringlooplandbouw.

Groen Kennisnet besteedt deze week extra aandacht aan kringlooplandbouw, met elke dag een bericht over een specifiek onderwerp. Meer informatie over Kringlooplandbouw vind je op het portaal Kringlooplandbouw.

(Bron foto: Leon Ephraïm on Unsplash)